Afgestudeerden van de opleiding Docent Dans zijn werkzaam als docerend dansmaker in het binnen- en buitenschoolse werkveld van de amateurdans: in het basis- en voortgezet onderwijs, bij particuliere dansscholen, muziekscholen, centra voor kunstzinnige vorming en educatieve diensten van dansgezelschappen etc. In Nederland en ook (ver) daarbuiten.

Binnenschoolse beroepspraktijk
De binnenschoolse danseducatie richt zich op actieve dansbeoefening en dansbeleving van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Deelname aan de lessen is verplicht, terwijl deelname in het buitenschoolse onderwijs vrijwillig is. Het aanbod van dans in scholen is de laatste jaren toegenomen, voornamelijk in de vorm van projecten en workshops. De inhoud en intensiteit variëren van een kennismakingsles met dans tot een project van meerdere weken of maanden. De leerlingen maken en dansen een voorstelling rond een thema of krijgen workshops in het kader van CKV/Kunstvak algemeen of Vakdans binnen het voortgezet onderwijs. Vaak hebben de voorstellingen een interdisciplinair karakter. Om de kunstdeelname te bevorderen en beleving van dans en theater te stimuleren, organiseren scholen theaterbezoek. Dit doen zij veelal in samenwerking met culturele instellingen en educatieve diensten van dansgezelschappen of theaters en de Theaterschool. Deze instellingen en diensten verzorgen voorafgaand aan de voorstelling inleidingen in de vorm van lezingen, interviews met de danstheatermaker of een rondleiding in het theater waar de voorstelling plaatsvindt. Ter afsluiting of voorbereiding bieden ze vaak workshops aan.

Buitenschoolse beroepspraktijk
Het grootste deel van de amateurdanslessen wordt gegeven op particuliere dansscholen en (jeugd)theaterscholen. De scholen richten zich op alle leeftijdsgroepen, van kleuters tot ouderen. Naast lessen algemene dansante vorming voor kleuters en kinderen en lessen klassiek, jazz en modern bestaat het aanbod uit populaire urban dansvormen als hiphop of streetdance. Er worden niet alleen jaarcursussen aangeboden, maar ook weekend- en kennismakingsworkshops. Gedurende het jaar worden er open lessen en de jaarlijkse voorstelling georganiseerd. Daarnaast is er in deze instellingen ook aandacht voor het maken van werkpresentaties. Binnen deze dansscholen komen leerlingen die bewust een keuze maken voor het leren van een of meerdere specifieke dansvormen en zich voor langere tijd binden. Tevens kan het een plek zijn waar leerlingen lessen volgen als voorbereiding op een dansvakopleiding. Niet zelden worden er selectiegroepen gevormd. 

Danseducatie

De buitenschoolse danseducatie vindt plaats in productiehuizen, centra en instellingen voor kunstzinnige vorming, muziekscholen en activiteiten centra. Deze (steeds minder) gesubsidieerde instellingen beogen de danskunst toegankelijk te maken voor een breed publiek. Cursisten kunnen kortere en langere danscursussen volgen. Het activiteitenaanbod is gevarieerd: muziek, dans, theater en beeldende kunst. De leerlingen die zich aanmelden hebben uiteenlopende motivaties. Wat betreft dans staat de ontwikkeling van bewegingsvaardigheden en het dansplezier centraal.

Amateurdans als podiumkunst

Het feit dat steeds meer amateurdansers de smaak van dans te pakken krijgen, is te danken aan de initiatieven van verschillende landelijke en provinciale instellingen (o.a. Kunstfaktor) en TV programma’s als So You Think You Can Dance en Holland’s got Talent. De aandacht voor de jongerencultuur is de laatste jaren enorm toegenomen. Het groeiende aantal dans- en theaterfestivals prikkelt jongeren om zichzelf op het podium te presenteren. De voorstellingen worden gekarakteriseerd door een grote verscheidenheid aan cultuurgebonden dansvormen, mengvormen van dans en populaire dansvormen. Daarnaast zijn er jongerentheatergroepen (LEF, DOX, LIKEMINDS en Don't Hit Mama) en tal van nieuwe op het gebied van dans en theater voor jongeren. Deze voorstellingen mengen vaak meerdere disciplines als dans, spel en zang en hebben een intercultureel karakter.
Een andere ontwikkeling is de toenemende belangstelling onder jongeren om zelf als dansmaker aan de slag te gaan, soms binnen een amateurschool, maar ook zelfstandig met een eigen groep voor ad-hoc producties of voor langere periodes.

Delen