Studiegids

2019-2020

In het danstechnisch onderwijs ligt het accent op het ontwikkelen van de verschillende hedendaagse danstechnieken en de klassieke danstechniek. Daarnaast omvat dit onderdeel het onderwijs gericht op het presenteren van dans op het podium: het voorbereiden op voorstellingen, het instuderen van repertoire en het optreden in dansvoorstellingen. De hedendaagse technieken zijn verdeeld in staande techniek en vloertechniek, die voortvloeien uit hedendaagse opvattingen en de actuele beroepspraktijk. Deze verschillende hedendaagse technieken leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van de vaardigheden waarover een danser anno nu dient te beschikken. In eerste instantie wordt veel belang gehecht aan het herkennen, incorporeren en uitvoeren van de specifieke bewegingsprincipes die deel uitmaken van deze technieken en het kunnen toepassen ervan in (ook andere) hedendaagse stijlen.

Daarnaast is er veel aandacht voor het bewust fysiek ervaren van gewicht/zwaartekracht, richting, flow, ritme, dynamiek, ontspanning en articulatie. Studenten moeten met intensiteit kunnen werken, begrip hebben voor conceptuele analyse en constructie, verschillende danstalen beheersen en zelfstandig opdrachten kunnen uitvoeren. Het gaat hierbij vooral om het bereiken van een synthese van bewegingsinitiatie, articulatie, dynamiek en muzikaliteit in relatie met alle lichaamsdelen, ruimtelijk bewustzijn, de ander en een publiek. De klassieke techniek wordt onderwezen als complementering van deze hedendaagse stijlen. De klassieke techniek verschaft de dansstudent een belangrijke basisbeheersing en is een vereiste voor de danser die werkzaam wil zijn in het professionele hedendaagse dansveld. De complexe coördinatie, zuiverheid, scherpte en snelheid, pirouettevormen en sprongsoorten uit de klassieke techniek zijn immers inzetbaar in veel van de meer hedendaagse dansstijlen.

De docent bepaalt zelf de methodische opbouw van de lesstof. Het onderwijs wordt in groepen gegeven. De docent hanteert de werkvormen demonstratie en/of instructie, analyse, persoonlijke begeleiding, oefening en presentatie. De studenten zijn tijdens de hele les actief bezig. De eerste-, tweede- en derdejaarsstudenten maken aantekeningen, die als basis dienen voor de reflectieverslagen of een zelfevaluatie van een lesblok. In deze verslagen gaat het er om het geleerde op het gebied van de technische, theoretische, aanvullende en ondersteunende vakken met elkaar in verband te brengen. De programma onderdelen movement research, movement analysis, physical theatre, composition, drama, contact improvisatie en partnerwerk zijn onlosmakelijk verbonden en vormen een geheel met de danstechnische onderdelen. Zij dragen in gelijke mate bij aan de ontwikkeling van de hedendaagse danser evenals het werk met choreografen voor het creëren van nieuwe dansstsukken, het doen van voorstellingen en het ontwikkelen van hun eigen werk.

 

Delen